Duurzame mobiliteit

In het concept klimaatakkoord is een heel hoofdstuk gewijd aan mobiliteit. Maar de negatieve effecten van (auto)mobiliteit op de omgeving zijn al veel langer een belangrijk maatschappelijk thema, denk aan geluidsoverlast, luchtkwaliteit en ruimtebeslag.

Duurzaamheidsscore. 
Binnen het klimaatakkoord is de afspraak gemaakt om op nationaal niveau 7,3 megaton CO2 te reduceren (zogeheten klimaatmitigatie) met maatregelen die uiteenlopen van een werkgeversaanpak (mobiliteitsmanagement), tot elektrificering van het wagenpark en het bevorderen van een goede bandenspanning. Daarbij wordt uitdrukkelijk gezocht naar de regie op het transitieproces, aangezien de meeste van deze opgaven uiteindelijk op gemeentelijke schaal moeten worden opgepakt. De duurzaamheidsscore (hiernaast) laat zien hoe provincies, regio's en gemeenten scoren op verschillende aspecten van duurzame mobiliteit.
 
IPO en VNG hebben het initiatief genomen tot een regionale aanpak in de vorm van regionale mobiliteitsprogramma’s oftewel RMP’s. Dit is een uitdagend proces, omdat de regionale aanpak onderdeel is van het bestaande regionale beleid, waaronder de Omgevingsvisie en de Regionale Energie Strategie. De voorzitter van de Klimaattafel mobiliteit heeft aangegeven dat deze transitie ook een transitie moet zijn naar duurzamere mobiliteitsoplossingen; meer fietsen en lopen, meer ov en een op nabijheid van voorzieningen gerichte ruimtelijke ordening. Het gaat dus om maatwerk op regionale schaal.
 
Januari 2020 ondertekenden Rijk, 9 provincies en 36 gemeenten het Schone Lucht Akkoord, waarbij niet zozeer het halen van de Europese normen, als wel de gezondheid van mensen centraal staat. Een aantal grote steden wil bijvoorbeeld in 2030 voldoen aan de WHO-norm, die de helft bedraagt van de EU-norm. Net als klimaat is schone lucht een beleidsbrede uitdaging, waarin bijvoorbeeld ook houtstook en landbouw een belangrijke rol spelen. En hoe zit het met de PAS? Welke taak ligt hier voor de sector mobiliteit en welke kennis is hiervoor nodig?
 
Een kans, maar ook complicerende factor, is de ontwikkeling van de Omgevingswet en de Regionale energiestrategie. De energiestrategie is van belang voor de vraag hoeveel duurzame energie mobiliteit nodig heeft. Een vervolgvraag is of de locatie van duurzame energieopwekking kan worden afgestemd op de locaties voor laad- en vulstations. De Omgevingsvisie heeft betrekking op de fysieke leefomgeving, waaronder ook luchtkwaliteit en geluid als gevolg van mobiliteit. Daarnaast heeft de beoogde vorm van de besluitvormingsprocessen onder deze wet een mogelijke invloed op de manier waarop (decentrale) overheden aan de milieu- en klimaatdoelstellingen moeten werken, bijvoorbeeld als het gaat om eisen aan participatie.
 
Naast de maatregelen om te zorgen voor minder CO2-emissie en effecten op de leefomgeving, is ook klimaatadaptatie van invloed op het vakgebied, evenals het streven naar een circulaire economie. Deze thema’s zijn belegd vanuit andere programma’s binnen CROW.  
In het corona tijdperk is de lucht veel schoner, zijn er geen files en wordt er veel meer gefietst en gelopen. Ook zijn mensen inmiddels gewend aan online meetings. Kunnen we deze goede eigenschappen (deels) bewaren? Wat is hiervoor nodig?

Dwarsverbanden met andere KpVV-activiteiten
  • monitoring duurzame mobiliteit, waaronder zero-emissiebus en deelauto’s, duurzaamheidsscore, verkiezing duurzame gemeente
  • klimaatakkoord en opstellen van regionale mobiliteitsprogramma’s door middel van reflexieve monitoring
Lees hier de brochure Duurzame mobiliteit in uw gemeente, regio en provincie in 2019
 
Via deze link vind je de meest relevante kennis over het thema duurzame mobiliteit.
© Copyright 2020 Kennisplatform Verkeer en Vervoer - Privacy statement - Cookie statement - Disclaimer - Voorwaarden - Beheer door
Scroll naar boven