Duurzame mobiliteit

In het concept klimaatakkoord is een heel hoofdstuk gewijd aan mobiliteit. Maar de negatieve effecten van (auto)mobiliteit op de omgeving zijn al veel langer een belangrijk maatschappelijk thema, denk aan geluidsoverlast, luchtkwaliteit en ruimtebeslag.

Het centrale doel van dit Klimaatakkoord is de opgave om de nationale broeikasgasuitstoot in 2030 met 49 procent terug te dringen ten opzichte van 1990. Voor mobiliteit betekent dit zorgeloze mobiliteit, voor alles en iedereen in 2050. Geen emissies, uitstekende bereikbaarheid toegankelijk voor jong en oud, arm en rijk, valide en mindervalide. Betaalbaar, veilig, comfortabel, makkelijk én gezond. Slimme, duurzame, compacte steden met optimale doorstroming van mensen en goederen. Mooie, leefbare en goed ontsloten gebieden en dorpen waarbij mobiliteit de schakel is tussen wonen, werken en vrije tijd. Alle modaliteiten en de infrastructuur worden optimaal ontwikkeld en benut en uiteindelijk zijn alle modaliteiten schoon.

De maatregelen die hierbij horen lopen uiteen van een werkgeversaanpak (mobiliteitsmanagement), via elektrificering van het wagenpark tot het bevorderen van een goede bandenspanning. Daarbij wordt gekeken naar de regie op het transitieproces, want de meeste opgaven moeten op gemeentelijke schaal worden opgepakt. In de vorm van regionale mobiliteitsplannen.

IPO heeft in 2019 het initiatief genomen voor deze regionale mobiliteitsprogramma’s, ofwel RMP’s. Dit is een uitdagend proces, omdat de klimaatdoelstellingen min of meer los van andere regionale en lokale beleidsprogramma’s worden opgelegd. De voorzitter van de klimaattafel mobiliteit heeft aangegeven dat deze transitie er ook een moet zijn naar slimmere mobiliteitsoplossingen; meer fietsen en lopen, meer ov en een op nabijheid van voorzieningen gerichte ruimtelijke ordening. Er zal dus vooral moeten worden gezocht naar maatwerk op regionale schaal. Om een voorbeeld te noemen: in het klimaatakkoord komt het elektrificeren van het wagenpark aan de orde. De overheid wil de laadinfrastructuur realiseren via een Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL). De regionale indeling die wordt voorgesteld komt niet per se overeen met de indeling voor de regionale mobiliteitsplannen.
 
Een kans, maar ook complicerende factor, is de ontwikkeling van de Omgevingswet. De beoogde vorm van de besluitvorming onder deze wet is mogelijk van invloed op de manier waarop (decentrale) overheden aan de milieu- en klimaatdoelstellingen moeten werken. Bijvoorbeeld als het gaat om de te stellen eisen aan participatie.
 
Naast maatregelen om te zorgen voor minder effecten op de omgeving, is ook klimaatadaptatie van invloed op duurzame mobiliteit. Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) en de Nationale Adaptatiestrategie (NAS) geven aanleiding om bij het ontwerpen en ontwikkelen van (openbare) ruimte explicieter rekening te houden met veranderende klimaatomstandigheden: hevige neerslag, hitte en droogte als bekende voorbeelden.

Dwarsverbanden met andere KpVV-activiteiten
  • monitoring duurzame mobiliteit, waaronder zero-emissie bus en deelauto’s, duurzaamheidsscore, verkiezing duurzame gemeente
  • klimaatakkoord en opstellen van regionale mobiliteitsprogramma’s door middel van reflexieve monitoring
© Copyright 2020 Kennisplatform Verkeer en Vervoer - Privacy statement - Cookie statement - Disclaimer - Voorwaarden - Beheer door
Scroll naar boven